De Spreidingswet in gewone taal
Wetteksten zijn vaak lastig te lezen. Op deze pagina leggen we per onderdeel uit wat er nou eigenlijk staat — kort en in begrijpelijke taal.
Deze pagina legt de wet artikel voor artikel uit in eenvoudige taal. Wilt u liever weten hoe het in de praktijk verloopt, in stappen? Zie Hoe werkt het. De volledige, officiële wettekst staat op De wet; de uitleg van de wetgever zelf leest u in de memorie van toelichting.
Waar gaat de wet over?
De Spreidingswet zorgt ervoor dat asielzoekers eerlijker over alle gemeenten in Nederland worden verdeeld. Vroeger moest het Rijk (via het COA) gemeenten vrijwillig vragen om opvang te regelen. Daardoor deden sommige gemeenten veel en andere weinig. Met deze wet krijgen gemeenten een wettelijke taak: ze moeten meehelpen om voldoende opvangplekken mogelijk te maken.
Samengevat in drie punten
- De minister bepaalt elke twee jaar hoeveel opvangplekken Nederland nodig heeft.
- Die plekken worden eerlijk over provincies en gemeenten verdeeld, naar inwoneraantal en welvaart.
- Gemeenten en provincies overleggen eerst zelf; lukt dat niet, dan beslist de minister.
De wet stap voor stap
Hoofdstuk 1 — Wat betekenen de woorden?
Artikel 1 — De begrippen
Dit artikel legt uit wat een paar belangrijke woorden in de wet betekenen:
- Asielzoeker: iemand die in Nederland bescherming (asiel) heeft aangevraagd en niet vastzit.
- COA: het Centraal Orgaan opvang asielzoekers, de organisatie die de opvang uitvoert.
- College: het college van burgemeester en wethouders, het dagelijks bestuur van een gemeente.
- Opvangplaats: één plek voor één asielzoeker.
- Opvangvoorziening: een gebouw of locatie waar asielzoekers worden opgevangen.
Hoofdstuk 2 — Hoeveel plekken, en wie krijgt wat?
Artikel 2 — Hoeveel plekken zijn er nodig?
Elke twee jaar maakt de minister bekend hoeveel opvangplekken Nederland de komende twee jaar naar verwachting nodig heeft. Verandert de situatie, dan kan dit aantal tussentijds worden aangepast.
Artikel 3 — Verdeling over provincies en gemeenten
Het totale aantal plekken wordt verdeeld over de provincies. Per gemeente komt er een indicatief (richtinggevend) aantal. De verdeling hangt af van het aantal inwoners en van de sociaaleconomische situatie van een gemeente (de SES-WOA-score van het CBS). Grotere en draagkrachtiger gemeenten dragen daardoor naar verhouding meer bij.
Artikel 4 — Overleg aan de regietafel
De gemeenten, de provincie en het COA overleggen samen hoe ze de plekken verdelen. De commissaris van de Koning leidt dit overleg — de provinciale regietafel — en stuurt elke twee jaar een verslag naar de minister.
Artikel 5 — De minister hakt de knoop door
Komen de gemeenten en de provincie er samen niet uit, dan neemt de minister een verdeelbesluit: daarin staat welke gemeente hoeveel plekken moet maken. De minister streeft naar een zo eerlijk mogelijke verdeling over het land.
Hoofdstuk 3 — Wat moet een gemeente doen?
Artikel 6 — De taak van de gemeente
Een aangewezen gemeente moet binnen twee jaar zorgen dat de opvangplekken er komen, volgens het verdeelbesluit. De opvang moet veilig en geschikt zijn om in te wonen en voldoen aan de wettelijke eisen.
Artikel 7 — Hoe de gemeente dat regelt
De gemeente stelt binnen zes maanden een locatie beschikbaar aan het COA en zorgt voor de benodigde vergunningen. Als het nodig is, past de gemeenteraad het bestemmingsplan of de beheersverordening aan.
Hoofdstuk 4 — Melden en geld
Artikel 8 — Op tijd melden
Dreigt het niet te lukken om op tijd een locatie of vergunning te regelen? Dan moet de gemeente dat meteen melden aan de minister.
Artikel 9 — Geld voor gemeenten
De minister kan gemeenten geld geven (een specifieke uitkering) voor de kosten van de opvang. Gemeenten die méér plekken maken dan hun aandeel, kunnen een extra beloning krijgen. Wordt meer dan 75% van de opgave in een provincie gehaald, dan krijgen de provincie en de gemeenten daarvoor een extra uitkering.
Hoofdstuk 5 — Aanpassing van andere wetten
Artikel 10 en 11 — Twee andere wetten mee aangepast
Om alles op elkaar te laten aansluiten, past de Spreidingswet ook twee bestaande wetten aan: de Wet COA en de Gemeentewet.
Hoofdstuk 6 — Overgang en slot
Artikel 12 — De wet wordt geëvalueerd
De minister stuurt na twee jaar en na vier jaar een verslag aan het parlement over hoe de wet in de praktijk uitpakt.
Artikel 13 — De eerste ronde
Voor de allereerste keer gelden aparte, snellere afspraken om de wet op gang te brengen. Gemeenten die in die periode extra plekken maken, krijgen daarvoor een uitkering.
Artikel 14 — Wanneer de wet ingaat
De wet gaat in op een datum die met een koninklijk besluit wordt vastgesteld. Dat werd 1 februari 2024.
Artikel 15 — De officiële naam
Officieel heet de wet: Wet gemeentelijke taak mogelijk maken asielopvangvoorzieningen. De roepnaam is de Spreidingswet.