De verdeelsleutel uitgelegd
Hoe bepaalt de Spreidingswet hoeveel opvangplekken uw gemeente moet regelen? Een uitleg van de verdeelsleutel.
Gepubliceerd op 15 juni 2026
Een van de meestgestelde vragen over de Spreidingswet is: hoeveel opvangplekken moet mijn gemeente eigenlijk regelen? Het antwoord ligt in de verdeelsleutel. In dit artikel leggen we uit hoe die werkt.
Twee factoren: inwoners en welvaart
Het aantal opvangplaatsen wordt over de gemeenten verdeeld op basis van twee dingen: het inwoneraantal en de sociaaleconomische status van de gemeente (de SES-WOA-score: welvaart, opleiding en arbeid). Grotere en draagkrachtiger gemeenten dragen daardoor naar verhouding meer bij. De vuistregel is ongeveer één opvangplek per 1.000 inwoners, al kan dat per cyclus verschillen.
Bron: Rijksoverheid, veelgestelde vragen.
Een voorbeeld
Voor de cyclus 2026–2028 kreeg Amsterdam een indicatieve opgave van 4.089 opvangplaatsen, terwijl een kleine gemeente als Aa en Hunze op 142 plaatsen uitkomt. Landelijk gaat het in deze cyclus om 88.000 opvangplaatsen.
Bron: Staatscourant 2026, 9053 (indicatieve verdeling per gemeente).
Van richtgetal naar definitief aantal
Het getal uit de verdeelsleutel is een indicatief richtgetal. Aan de provinciale regietafel proberen gemeenten, provincie en het COA er samen uit te komen. Lukt dat niet, dan legt de minister de verdeling vast in een verdeelbesluit (artikel 5 van de wet).
Bron: wetten.overheid.nl, BWBR0049307.
Benieuwd naar het aantal voor uw eigen gemeente? Zoek die op via Actuele status.